Tiny van Boekel (WUR)

Tiny van Boekel is directeur van het onderwijsinstituut van Wageningen Universiteit en decaan voor onderwijs. Al ruim 40 jaar is hij betrokken bij het vakgebied van de levensmiddelentechnologie, eerst als student en nu nog altijd als hoogleraar. Van Boekel bepleit de maatschappelijke voordelen van de moderne voedselproductie. Ook aan anderen is zijn advies dit debat aan te gaan. Want transparantie leidt tot meer vertrouwen. Op de lange termijn ziet hij de wal het schip keren.

Is er in de afgelopen veertig jaar wat veranderd in hoe tegen de voedingsmiddelenproductie wordt aangekeken?
"Nee en ja", antwoordt Van Boekel. Enerzijds ziet hij discussies steeds terugkeren. "In de jaren zeventig was men bang voor additieven en ook gmo (genetische modificatie, red.) was een heikel punt. Wat deden die landbouw en industrie nou precies? Toen al was er veel wantrouwen tegen grootschalig produceren." Additieven heten nu E-nummers en het vertrouwen van consumenten is nog altijd niet zo groot. Er is in die zin weinig veranderd. "Maar", voegt Van Boekel toe, "wat wel is veranderd is dat mensen veel beter zijn geïnformeerd. Door de komst van internet is men beter op de hooge en mensen die mondig zijn, hebben een podium." Als keerzijde noemt hij dat er zaken worden beweerd die totaal niet stroken met wetenschappelijke inzichten. "Sterker nog, er zijn websites met klinkklare nonsens, sites die de meest vreselijke dingen beweren."

Eenzelfde wantrouwen en toch is er veel veranderd..
"Wat we in de afgelopen vijftig jaar hebben gecreëerd aan voedselvoorziening en welvaart is onvoorstelbaar. Nieuwe conserverings- en verpakkingsmethoden maken dat de voedingswaarde, houdbaarheid, smaak en kwaliteit van ons voedsel enorm zijn verbeterd. Bovendien is het vanzelfsprekend dat eten op elk moment van de dag en bij wijze van spreken op elke hoek van de straat beschikbaar is." Maar de complexiteit van de voedselproductie is inmiddels zo groot dat geen consument het meer overziet", voegt de hoogleraar er aan toe. "Dan is vertrouwen erg moeilijk. Mensen kijken naar zijaspecten, vormen zich daar een mening over. De paradox is dat iedereen klaagt, maar ondertussen is er wel een ongelofelijk groot aanbod veilige en kwalitatief hoogwaardige producten. Eigenlijk een beetje schrijnend.

Ligt er een taak voor de universiteit om juist studenten mondig te maken in deze discussie?
"Het universitair onderwijs in de voedingsmiddelentechnologie is ten opzichte van zo'n veertig jaar geleden veel meer consumentgedreven geworden. Er is aandacht voor de ethische aspecten als gevolg van het handelen in de industrie. Vakken als filosofie en ethiek zijn meer toegespitst op voedingsmiddelen om het dichterbij de studenten te brengen", licht de onderwijsdirecteur toe. "Studenten moeten voorbereid en getraind zijn, zodat zij zich - nu en later -in het publieke debat kunnen mengen."

Gebeurt dit? Treedt de industrie naar buiten?
Eigenlijk niet, zo is de ervaring van Van Boekel, die zelf wel regelmatig ingaat op uitnodigingen. "Vaak laat de industrie het afweten en is zij alleen vertegenwoordigd via de FNLI." Hij betreurt dit: "Ik zeg niet dat meer naar buiten treden en meer transparantie dé oplossing is, maar het helpt zeker. "Vooroordelen moeten niet worden bevestigd, zo meent hij. "Grijp je de kans om te vertellen hoe het er werkelijk aan toe gaat, dan zijn mensen geïnteresseerd, willen meer weten en tonen begrip. Ik heb interessante debatten waarin ik aangeef hoe groot het maatschappelijk belang van de industrie is. Dat blijf ik herhalen. Je bereikt geen omslag van vandaag op morgen, maar een consistent verhaal slaat aan." Kruip niet weg, is dan ook het advies. "En", voegt hij er aan toe, "houd op met vertellen dat het zo ambachtelijk is. Wees trots op hoe geavanceerd de industrie produceert."

Waar liggen verbeterpunten naar meer vertrouwen in de voedingsmiddelensector?
"Een stoorzender in transparant zijn en daarmee vertrouwen wekken, is de marketing. Marketing heeft het beeld bepaald door niet te laten zien wat er echt gebeurt in de industrie. Ik snap wel waarom dit gebeurt, maar het is niet goed te praten." Ook ziet de technologiespecialist op andere terreinen verbeterpunten: "Bedrijven moeten kritisch kijken naar recepturen. Waarom worden bepaalde ingrediënten toegevoegd? En nieuw ontwikkelde, betere methoden worden niet altijd toegepast. Er moet veel meer worden ingespeeld op wat mogelijk is. Zoutreductie is een mooi voorbeeld van hoe het ook kan."

Zal het vertrouwen in de voedselproductie in de toekomst groeien?

"Als we niet anders gaan acteren, is er over tien jaar weinig veranderd", voorspelt Van Boekel. Op de lange termijn ziet hij wel een omslag. "Ik denk dat de voedselvoorziening over 50 jaar wezenlijk anders is. De voedselzekerheid is dan niet meer zo gegarandeerd als nu. Schaarste in grondstoffen - en schoon water en energie - zal ook de westerse maatschappij dwingen tot een andere benadering. Zet dat door, dan krijgen mensen een andere waardering voor de industriële voedselproductie, die namelijk veel beter omgaat met schaarste door de hoge mate van efficiëntie. Duurzaamheid is daarbij ook een aspect, want het kan industrieel veel duurzamer dan in een eigen tuintje."

Tiny-van-Boekel-1