Sijas Akkerman (Natuur & Milieu)

''Met duurzame producten kan agrofood ‘licence to produce' terug verdienen''

Natuur & Milieu is een onafhankelijke non-profitorganisatie die 45 jaar geleden is voortgekomen uit de stichting Natuurmonumenten. Op het kantoor in Utrecht werken 55 mensen. Natuur & Milieu heeft drie speerpunten, waarvan de verduurzaming van de voedselproductie en de voedselconsumptie er één is. Sijas Akkerman is hoofd voedsel.

Waarin onderscheiden jullie jezelf in vergelijking met andere NGO's?" Wij onderscheiden ons door onze aanpak: wij werken samen met bedrijven en andere partijen om oplossingen voor milieuproblemen te vinden. We maken de duurzame keuze aantrekkelijk voor bedrijven en consumenten. Natuur & Milieu heeft ongeveer vier jaar geleden haar visie veranderd. Dit omdat de maatschappij zich verder ontwikkelde naar een energieke samenleving. Wij zijn er van overtuigd dat we meer impact hebben door samen te werken met partijen in de samenleving. Consumenten en bedrijven willen wel duurzamer, maar weten niet hoe. Natuur & Milieu denkt met hen mee. Wij helpen bedrijven hun marktaandeel te vergroten of nieuwe duurzame producten in de markt te brengen", aldus Akkerman. Op de vraag wat Akkerman van de meer activistische aanpak van NGO's als Wakker Dier en Greenpeace vindt, antwoordt hij: "Beide type organisaties zijn nodig. De meer activistische organisaties zorgen dat thema's onder de aandacht komen van de maatschappij. Bedrijven kloppen vervolgens bij ons aan om te kijken hoe ze dingen duurzamer kunnen doen", legt Akkerman uit.

Ziet Natuur & Milieu ook het resultaat terug van jullie aanpak?"Hoewel resultaten moeilijk meetbaar zijn door de aard van ons werk, zien we dit zeker terug in een aantal dingen. Zo is het aantal flexitariërs (mensen die minimaal een dag per week geen vlees eten) de afgelopen twee jaar met ruim 20 procent gestegen. Is het marktaandeel vleesvervangers bij supermarkt Jumbo met 7 procent gegroeid en hebben we in 2013 15.000 zonnepanelen bij 2500 huishoudens geïnstalleerd. Daarnaast zorgen we er samen met bedrijven voor dat de acties ook op de politieke agenda komen", vertelt Akkerman. Een voorbeeld hiervan is het energieakkoord. In dit akkoord zijn door bedrijfsleven, overheid en NGO's afspraken gemaakt over duurzame energie en energiebesparing. Daarbij moet er een verschuiving komen van kolen- naar windenergie en moet er jaarlijks 1,5% op energie worden bespaard.

Hoe denkt u dat het imago van de Nederlandse agrifoodsector ervoor staat? Akkerman: "Slecht. De ‘licence to produce' staat nog altijd onder druk. Dat is ook terecht. Steeds meer bedrijven willen wel duurzamer produceren en maken daar ook stappen in. Maar je ziet ook nog steeds dat er uitwassen en voedselschandalen zijn. Die trekken de aandacht van de media en dat schaadt het imago van de sector enorm." "Er is ook verschil in ambitie en langetermijnvisie. Wat de primaire sector nog steeds veel doet is ‘terug onderhandelen': in het verleden gemaakte afspraken toch weer terugdraaien of verzachten. Een voorbeeld zijn de afspraken omtrent varkensrechten en kippenrechten die gemaakt zijn en die de sector nu weer wil terugdraaien. Wij vragen Akkerman of hij dit beeld ook van de voedingsindustrie heeft. "De duurzaamheidsambities in de voedingsindustrie zijn wisselend. Er zijn duurzame koplopers die zich proactief opstellen terwijl andere bedrijven volgen of zelfs achterblijven. Supermarkten zijn bijvoorbeeld goed bezig als het gaat om het duurzaam produceren van varkensen kippenvlees. Zij stellen extra duurzaamheidseisen aan vlees, die worden vertaald naar de primaire sector", aldus Akkerman.

Wat weerhoudt bedrijven ervan om duurzamer te gaan produceren? "In de primaire sector is dat het verschil tussen visie en ambitie op lange termijn, en de realisatie ervan op korte termijn. De langzaamste partijen blijven achter omdat ze niet mee kunnen en houden de andere tegen. Boeren weten niet waar ze aan toe zijn: ze horen van hun voorman dat ze duurzaam bezig zijn, terwijl diezelfde voorman ze de volgende dag vertelt dat het allemaal niet zo hard meer hoeft." "Daarnaast zit de agrifoodsector nog gevangen in het kostprijssysteem. Dat is niet alleen omdat supermarkten onderhandelen over de laagste prijs. Ook de voedingsindustrie kan vaak maar één stroom producten aan: duurzame producten vallen dan buiten boord. Er is onvermogen om onderscheid te creëren in het schap. Een oplossing hiervoor is meer samenwerking tussen de verschillende schakels in de keten", zegt Akkerman.

Wat vind u van de rol van de overheid in de agrifoodsector? "De overheid moet de samenwerking tussen de schakels stimuleren om het onderscheid in het schap te kunnen creëren. Verder moet de overheid consequent zijn. Ze voeren wel regels door waarin nieuwe normen worden vastgelegd ten behoeve van verduurzaming, maar je hebt bijvoorbeeld in de primaire sector ook de stoppersregeling. Daarbij kunnen bedrijven onder de oude omstandigheden nog een aantal jaren doorproduceren. Dat zorgt voor oneerlijke concurrentie. De boeren die wel doorgroeien, moeten voldoen aan de nieuwste milieueisen. De oude boerenbedrijven die niet vernieuwen kunnen doorgaan met vervuilen. Voor de nieuwe bedrijven levert dat concurrentienadeel op. De overheid zou hier een constanter beleid op moeten voeren", betoogt Akkerman.

Hoe ziet de agrifoodsector er over 10 jaar uit? "Over 10 jaar is Nederland koploper in het ontwikkelen en in het buitenland vermarkten van gezonde en duurzame voedselproducten. Dan is de primaire sector gekoppeld aan andere ketenpartijen, die allemaal heel snel verschillende toegevoegde waarde voedselproducten kunnen maken. Er is dan afscheid genomen van de kostprijsstrategie", besluit Akkerman