Marc van Wanroij (Keesmakers BV)

''Wij laten ons niet afleiden'', aldus Marc van Wanroij van Keesmakers BV.
Voedingsmiddelentechnoloog Marc van Wanroij (40) is geestelijk vader van kees. Hij is samen met buurman Gijs Jansen eigenaar van Keesmakers BV. kees is net als kaas, maar mag geen kaas heten, omdat de dierlijke vetten zijn vervangen door plantaardige oliën. Hierdoor helpt kees bij het behoud van een verantwoord cholesterolgehalte. ‘Goed voor je cholesterol' staat er dan ook trots op de verpakking. Bovendien bevat kees 30% minder zout en is kees geschikt voor vegetariërs en ‘lactose-intoleranten'.

Keesmakers: jong en ambitieus. Kees is sinds 2010 op de markt. Na een voorzichtige start in de kaasspeciaalzaken in de omgeving van Leiden is het snel gegaan. kees ligt sinds 2012 ook in de grote supermarkten. Het product is overal in Nederland verkrijgbaar en internationale expansie ligt dan ook voor de hand. Keesmakers concentreert zich op productontwikkeling, marketing en verkoop. Daardoor is de organisatiemet zeven medewerkers verrassend klein. De productie van kees is uitbesteed aan een gespecialiseerde Nederlandse fabrikant. In 2011 werd kees genomineerd voor de Publieksjaarprijs 2011 van Het Voedingscentrum, een prijs voor de gezondste en smakelijkste voedingsinnovatie van het jaar. Het product mag ondertussen Het Vinkje van de stichting Ik Kies Bewust en het Vegetarisch Keurmerk voeren. In 2013 vertienvoudigde de omzet naar meer dan € 1 miljoen. Marc en Gijs mikken op een omzet van meer dan € 5 miljoen in 2016.

Hoe kwamen jullie op het idee van Kees? "Het idee voor een variant op kaas zonder dierlijke vetten en minder zout ontstond toen mijn vader op advies gezonder moest gaan eten. Minder zout en minder verzadigde vetten. Dit betekende dat hij als kaasliefhebber ook geen kaas meer at", licht Marc het ontstaan van kees toe. Marc, toen nog werkzaam in de plantaardige vetten- en oliënindustrie, is in 2001 begonnen met het ontwikkelen van kees. Eerst werd de achterliggende theorie bedacht om de dierlijke vetten van kaas te vervangen door plantaardige vetten. Daarbij kwam zijn studie voedingsmiddelentechnologie ruimschoots van pas. Uiteraard moest in de praktijk nog blijken of dat dit ook echt mogelijk was en of de nieuwe kaas wel dezelfde ‘bite' en smaak zou hebben als gewone kaas. "Dat was een langdurig proces van vallen en opstaan. Met dit product heb je geduld nodig. Uiteindelijk is het gelukt een lekker product te maken met 60% minder verzadigde vetten en 30% minder zout."

Jullie zijn letterlijk vanaf de zolderkamer begonnen, hoe verklaar je dit succes? "Het idee om dierlijke vetten die voorkomen in melk te vervangen door plantaardige oliën was niet nieuw. Zowel Unilever als Westland Kaas had er al onderzoek naar gedaan en hun tanden op stuk gebeten. Dat het ons wel lukt, is een combinatie van timing, doorzettingsvermogen en slimme marketing." "Voor grote bedrijven is investeren in productontwikkeling niet eenvoudig. Als ik bij een groot bedrijf dit product had willen ontwikkelen, was het in de tussentijd waarschijnlijk al vijf keer afgeschoten. Wij hoeven niet de afweging te maken tussen verschillende innovatieprojecten. Wij leggen de focus volledig op één product en we gaan daar helemaal voor. Wij laten ons niet afleiden. Dit verklaart voor een deel ons succes."

Zijn de grote producenten nu wel geïnteresseerd? "We zien nog geen concurrenten de markt opkomen. Uiteraard worden we wel met belangstelling gevolgd door de gevestigde partijen. Hoe dat verder gaat, moet de toekomst uitwijzen."

Jullie sluiten met Kees goed aan op de actuele trend richting gezond voedsel. Een ander belangrijke trend die uit ons onderzoek naar voren komt, is de behoefte aan transparantie en geloofwaardigheid in voedselketens. Hoe kijk je hier tegenaan? Marc: "Het klopt dat voor de consument goed en veilig voedsel steeds belangrijker wordt. Daar profiteren wij van. Maar je moet je wel bedenken dat dat in 2001 nog niet zo was. Kaas was in 2004 nog maar net uit het beeld van de Schijf van Vijf van het Voedingscentrum gehaald. We waren onze tijd dus iets vooruit en dat geeft een voorsprong."

En transparantie dan? "Een heel belangrijk onderwerp. De consument moet weten wat hij koopt. Daarom is het goed dat media hier af en toe de nadruk op leggen en misstanden in de sector in kaart brengen. Sommige bedrijven worden door de macht van de retail gedwongen om steeds goedkoper te produceren. Dit zorgt er natuurlijk voor dat enkele bedrijven creatief omgaan met de regels. Als je je bedenkt dat een kilo kip in de supermarkt goedkoper is dan een kilo kippenvoer dan roept dat natuurlijk vragen op. Dat is vragen om problemen." "Keesmakers is maar een kleine speler. Wij hebben niet de illusie dat we bijvoorbeeld door ons inkoopbeleid een merkbare invloed op de melkveehouderij zullen hebben. We houden natuurlijk wel rekening met welke partijen we in de keten samenwerken. We proberen ook zo kort en krachtig mogelijk te communiceren richting de klant waar kees voor staat: Wat is kees? Hoe wordt het gemaakt? Wat is het voordeel? Dat doen we grotendeels door onze verpakking, waar lang over na is gedacht."

Wat doe je over 10 jaar? "Wat ik dan doe, weet ik nog niet. Ik hoop wel dat kees dan een gevestigde naam is geworden en dat ons product onderdeel is van de ‘mainstream' in de retail. kees in iedere koelkast dus."Efficiëntie in voedselketens is een onderwerp dat voor de komende jaren zeker nog zal spelen: "Daar zal ik over tien jaar zeker nog mee bezig zijn, maar in welke vorm weet ik nu nog niet."