‘Agrifood moet meer doen voor behoud van reputatie’

8 april 2014

De agrifoodsector heeft behoefte aan proactief reputatiemanagement. Dat stelt adviesbureau Berenschot naar aanleiding van haar jaarlijkse onderzoek naar strategische trends in deagrifood. Twee op de drie bedrijven in de keten vindt dat hun sector in Nederland een uitstekend imago heeft. In de primaire sector en de handel onderschrijft driekwart van de bedrijven deze stelling. Het crisismanagement is volgens 42% van de ondervraagden niet goed geregeld en 89% vindt dat de sector zelf veel proactiever moet communiceren. Dat blijkt uit de Agri & Food Trends 2014, een onderzoek dat adviesbureau Berenschot samen met VMT, LTO Nederland, HAS Hogeschool, FNLI en Fevia uitvoerde onder 664 ondernemers, directeuren en senior managers uit de agrifood.

De agrifoodsector ligt onder het vergrootglas van de publieke opinie. Berenschot-adviseur Edwin Lambregts: “Het is geen wonder dat de schrik er bij sommige bedrijven goed in zit. Ongeveer een kwart van de bedrijven in ons onderzoek is in de laatste vijf jaar direct geraakt door een vertrouwenscrisis. De sector is in staat om het vertrouwen herwinnen, maar moet dan wel proactief optreden en de kop niet in het zand steken.” De agrifoodsector in Nederland en België is zich hier terdege van bewust. In dat verband pleit Lambregts voor een mix van maatregelen: sterkere verticale integratie door vaste afspraken tussen de schakels, adequaat crisismanagement en gerichte communicatie naar de burger en de consument. “De goede naam en faam van de agrifood is in het geding en we moeten niet wachten tot de wal het schip keert“, aldus Lambregts.

Naast resultaten op het gebied van imago en vertrouwen biedt het onderzoek ook een inkijk in de verwachtingen van bedrijven over de toekomst. Daarover zijn de agrifoodbedrijven uitgesproken positief. Zo denkt 63% dat zijn of haar bedrijf omzetgroei gaat realiseren in het buitenland en 90% verwacht een stabiele of hogere winst. Per saldo zijn handelsbedrijven het meest optimistisch gestemd en primaire bedrijven het minst.

Agrifoodbedrijven zien de grootste kans op groei in de eigen thuismarkt en in West-Europa, maar ook Oost-Europa en Azië zijn populair. Opvallend is dat Afrika en Zuid-Amerika veel minder in beeld zijn als afzetmarkten met groeikansen. In de voedingsindustrie ziet bijvoorbeeld maar 4% van de respondenten groeikansen in Afrika en 7% in Zuid-Amerika. Voor de primaire sector is dat 5%, respectievelijk 1%.

Het Agri & Food Trends onderzoek 2014 werd dit jaar voor de derde keer uitgevoerd. Naast de vaste partners VMT en LTO Nederland, werd er dit jaar voor het eerst samengewerkt met de HAS Hogeschool, de Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie (FNLI) en de Belgische federatie Fevia. Het rapport geeft een analyse van de belangrijkste uitkomsten voor de sectoren land- en tuinbouw, voedingsindustrie, dienstverleners, toeleveranciers en handel.

Meer informatie